Wat zegt het oogstjaar van een wijn over wat er in je glas zit?

afbeelding-30

Inhoudsopgave

Dat jaartal op een wijnfles is het oogstjaar: het jaar waarin de druiven zijn geplukt. Wat het oogstjaar van een wijn je vertelt, is eigenlijk heel simpel: hoe het weer was tijdens de groei van de druiven, en wat dat heeft gedaan met de smaak, structuur en kwaliteit van de wijn.

Wat betekent het oogstjaar precies?

Het jaartal op de fles staat voor het jaar waarin de druiven zijn geoogst, niet het jaar waarin de wijn in de winkel lag. In het Frans heet dit het “millésime”, en in het Engels spreek je van “vintage”. Zodra je een jaartal op een fles ziet, weet je dus wanneer de druiven zijn geplukt die in die wijn zitten.

Dat klinkt simpel, maar het zegt meer dan je misschien denkt. De druiven groeien een heel seizoen lang op het wijnstok, van lente tot herfst. In die maanden kunnen ze te maken krijgen met droogte, regen, hitte of vroege vorst. Al die omstandigheden laten hun sporen na in de druif, en dus in de wijn.

Hoe beïnvloedt het weer het oogstjaar?

Een warm en droog jaar zorgt er meestal voor dat druiven goed rijpen. Ze krijgen meer suiker, wat leidt tot meer alcohol en rijpe fruitsmaken. Rode wijnen uit zulke jaren zijn vaak vol, zacht en krachtig. Witte wijnen zijn dan rijker en voller van smaak.

Is het een koud of nat jaar, dan rijpen de druiven minder goed. Ze bevatten meer zuren en minder suiker. De wijn die daaruit voortkomt is slanker, frisser en soms wat scherper. Dat is niet per definitie slecht, maar het smaakt anders dan wijn uit een warm jaar. Sommige wijnstijlen gedijen zelfs goed bij een koeler jaar, zoals bepaalde witte wijnen of mousserende wijnen die veel zuurgraad nodig hebben.

Kortom: het oogstjaar vertelt je indirect iets over het klimaat van dat jaar in de wijnregio, en daarmee over wat je kunt verwachten in je glas.

Waarom zit er soms geen jaartal op de fles?

Niet elke wijn heeft een oogstjaar op het etiket. Dat is geen vergissing. Bepaalde wijnen worden gemaakt door druiven van meerdere jaren te combineren. Dit heet een “non-vintage” wijn. Het bekendste voorbeeld is champagne. Grote champagnehuizen mengen wijnen van verschillende jaren om elk jaar dezelfde smaak te kunnen garanderen. Het gaat dan niet om het karakter van één specifiek jaar, maar om een vaste huisstijl.

Goedkopere tafelwijnen zonder geografische herkomst bevatten soms ook geen jaartal. Dat heeft een vergelijkbare reden: de producent wil een gelijkblijvend product leveren, ongeacht het jaar.

Wat zegt oogstjaar wijn over de rijping?

Het oogstjaar geeft je ook een idee van hoe lang een wijn al heeft liggen rijpen. Sommige wijnen zijn bedoeld om jong gedronken te worden, binnen een paar jaar na de oogst. Andere wijnen, zoals zware rode wijnen of bepaalde witte wijnen van topkwaliteit, worden beter met de jaren. Ze hebben tijd nodig om zachter, complexer en rijker te worden.

Als je een fles ziet met een oogstjaar van tien jaar geleden, kan dat twee dingen betekenen. Ofwel de wijn heeft geprofiteerd van die jaren en is nu op zijn hoogtepunt. Ofwel hij is voorbij zijn beste moment. Het hangt af van het type wijn en hoe hij is bewaard. Bij twijfel kun je informatie zoeken over dat specifieke oogstjaar en die regio.

Waar let je op bij het kiezen op basis van oogstjaar?

  • Kijk naar de regio. In warmere wijngebieden zoals het zuiden van Spanje of Australië zijn de verschillen tussen jaren kleiner dan in koelere regio’s zoals Bourgogne of Duitsland.
  • Let op het type wijn. Lichte, frisse wijnen drink je het liefst jong. Stevige rode wijnen en zoete dessertwijnen kunnen decennia meegaan.
  • Gebruik oogstjaarkaarten. Wijnbladen en wijnverkopers publiceren regelmatig overzichten van welke jaren goed waren in welke regio’s.
  • Bewaar wijn op een koele, donkere plek als je hem wilt laten rijpen. Warmte en licht versnellen het verouderingsproces op een ongunstige manier.
  • Twijfel je? Vraag advies bij een gespecialiseerde wijnwinkel. Zij weten welke oogstjaren in die specifieke wijn goed tot hun recht komen.

Ouder is niet altijd beter

Een hardnekkig misverstand over wijn is dat ouder altijd beter betekent. Dat klopt niet. Het merendeel van de wijnen die wereldwijd wordt gemaakt, is bedoeld om binnen een paar jaar na de oogst gedronken te worden. Alleen een klein deel van alle wijnen profiteert echt van langdurige bewaring. Een simpele supermarktwijn uit 2015 is vandaag de dag waarschijnlijk niet meer op zijn best, terwijl een goede Bordeaux uit hetzelfde jaar nu misschien pas begint te openen.

Het oogstjaar is dus een handig hulpmiddel, maar je leest het altijd in combinatie met het type wijn en de regio. Dan vertelt dat kleine getal op de fles je verrassend veel.

Veelgestelde vragen

Moet ik altijd op het oogstjaar letten bij het kopen van wijn?
Bij eenvoudige, goedkopere wijnen maakt het oogstjaar weinig verschil. Die zijn gemaakt om snel gedronken te worden en de kwaliteitsverschillen tussen jaren zijn klein. Bij duurdere wijnen uit specifieke regio’s, zoals Bourgogne, Bordeaux of Barolo, loont het wel om het oogstjaar mee te nemen in je keuze. Daar kunnen de verschillen tussen een goed en een minder goed jaar aanzienlijk zijn.

Kan een slecht oogstjaar toch een goede wijn opleveren?
Ja, dat kan. Een moeilijk jaar voor de oogst betekent niet automatisch dat alle wijnen uit dat jaar slecht zijn. Een ervaren wijnmaker kan in uitdagende omstandigheden nog steeds een goede wijn maken, soms zelfs met een eigen, frissere stijl. Bovendien kunnen wijnmakers in slechte jaren strenger selecteren welke druiven ze gebruiken.

Wat is het verschil tussen vintage en non-vintage wijn?
Een vintage wijn is gemaakt van druiven die allemaal in hetzelfde jaar zijn geoogst. Dat jaar staat op de fles. Een non-vintage wijn is een mix van druiven uit meerdere jaren. Champagne is hiervan het bekendste voorbeeld. Het doel van non-vintage wijn is een gelijkblijvende smaak, ongeacht hoe het weer in een bepaald jaar was.

Hoe lang kun je een wijn bewaren op basis van het oogstjaar?
De houdbaarheid hangt niet alleen af van het oogstjaar, maar ook van het type wijn. De meeste wijnen zijn bedoeld om binnen drie tot vijf jaar na de oogst gedronken te worden. Krachtige rode wijnen van topkwaliteit en bepaalde zoete wijnen kunnen tientallen jaren meegaan. Het oogstjaar geeft je een startpunt om te berekenen hoe oud de wijn al is, maar je hebt ook informatie nodig over het specifieke type wijn om te weten of hij nu op zijn best is.