Bij een BBQ hoort een wijntje. Toch? Want anders is het niet echt. Die fout zul jij als wijnliefhebber natuurlijk niet maken. Toch zijn er wel een paar andere instinkers als het om barbecueën gaat. Die laten we hier de revue passeren, met tips hoe je ze vermijdt.
Weinig is zo leuk als tijdens een warme zomeravond heerlijk de barbecue aansteken en met vrienden of familie genieten van zelfgebraden vlees (en groente) onder het genot van een lekker wijntje of biertje. En ondertussen lekker bijkletsen en veel lachen. Je kent de situatie vast wel. Maar je kent misschien ook wel de situatie waarin het jammerlijk mis ging. Half-rauw of juist veel te gaar vlees, zwarte randjes en dat soort dingen. Want er zijn nogal wat fouten die je kunt maken voor en tijdens het barbecueën. We behandelen ze kort en benoemen ook hoe je die vermijdt.
1. Te snel beginnen – barbecue nog niet op temperatuur
Deze komt echt veel voor en komt voort uit ongeduld….Veel mensen leggen het vlees al op de grill terwijl de kolen nog half gloeiend zijn. De oplossing is simpel (maar moeilijk, ja we realiseren het ons!): Wacht tot de kolen grijs en egaal heet zijn, of tot je gas-BBQ volledig is voorverwarmd en leg dan pas het vlees op de grill.
2. Vlees te vaak draaien (en daarmee de kwaliteit van het vlees om zeep helpen)
Veel mensen denken dat je vlees constant moet omdraaien om het gelijkmatig te garen. Het tegendeel is echter waar: door steeds te flippen verstoor je de korstvorming, verlies je sappen en beland je zelfs met het beste stukje vlees op de grill toch met een taaie hap op je bord.
Laat het vlees dus liggen tot het vanzelf loskomt van het rooster en draai het slechts één keer voor een mooi grillpatroon en optimale sappigheid. Maak gebruik van een kernthermometer zodat je niet nerveus hoeft te checken door elke minuut te draaien.
3. De kwaliteit van het vlees
Over het vlees gesproken. Zo’n barbecuefeestje verdient natuurlijk wel fatsoenlijk vlees. Picanha-vlees, bijvoorbeeld, is een hoogwaardig type rundvlees dat zeer geschikt voor bereiding op de BBQ. Ga dus niet naar een supermarkt om je vlees te halen maar ga picanha bestellen bij een vleesspecialist.
4. De verkeerde plek op de grill gebruiken
We blijven nog even bij het vlees en vooral de bereiding ervan op de grill. Want hier gaat het ook nog wel eens fout als mensen alles direct boven de vlammen leggen. Dit leidt snel tot verbranding en dat is natuurlijk niet lekker (en ongezond). Werk daarom met directe en indirecte zones: snel grillen boven vuur, langzaam garen naast het vuur.
5. Met open deksel grillen bij gerechten die eigenlijk ‘ovenwarmte’ nodig hebben
Bij grote stukken vlees (kip, procureur, rollade) blijft de hitte niet rondom circuleren. Gebruik de BBQ bij dat soort vlees als oven en sluit het deksel voor gelijkmatige garing. Dat betekent ook dat je niet alle soorten vlees gelijktijdig op de BBQ moet leggen, want bij platte stukken vlees wil je juist wel met open deksel grillen. Plan dat dus.
6. Te veel marinade of suiker gebruiken
Dit is toch echt wel een klassieke BBQ-fout: een prachtig stuk pichanha-vlees, kip, sparerib of procureur bedolven onder een dikke laag marinade vol suiker, honing of stroperige saus. Het ziet er in de keuken heerlijk uit, maar op de barbecue gebeurt er iets dat veel minder charmant is. Suiker verbrandt namelijk al vanaf ongeveer 160°C, en een barbecue werkt op veel hogere temperaturen. Het resultaat? Een zwarte, bittere korst die alles overheerst.
Dus: Marineer met mate en, liever nog, gebruik lichte marinades met kruiden of bijvoorbeeld citroen of yoghurt. Gebruik je toch zoete sauzen (dus met suiker erin) pas deze dan pas aan het einde toe, in de laatste 5-10 minuten.
7. Vlees niet laten rusten
Minder bekend, maar daarom niet minder belangrijk. Snijd het vlees niet direct aan als het van de grill komt, maar laat het even rusten, onder aluminiumfolie. 5-10 minuten moet voldoende zijn.
8. Slechte kwaliteit houtskool of verkeerde brandstof
Veel beginnende, maar soms ook gevorderde BBQ’ers denken dat het type houtskool of briketten nauwelijks uitmaakt. Niets is echter minder waar: de brandstof is het hart van je barbecue, en slechte kwaliteit kan zelfs het beste vlees verpesten. Vermijd daarom goedkope briketten, want die bevatten vaak vulstoffen of chemicaliën die niet volledig verbranden. Daardoor kan zelfs het beste vlees een onaangename, muffe of chemische smaak krijgen. Bovendien kan de warmte onregelmatig zijn, waardoor sommige stukken vlees te gaar worden terwijl andere nog rauw zijn. Wij bevelen dus kwaliteits-houtskool of briketten van hardhout aan.
9. Geen thermometer gebruiken
Veel stoere barbecuërs doen het op gevoel. En dat leidt vaak tot “bareknoeien”, ofwel te rauw of te droog vlees omdat men niet weet wanneer het vlees echt goed gaar is (of te doorbakken). We benoemden het al even onder punt 2, een kernthermometer is daarom onmisbaar als je zekerheid wilt over de temperatuur en gaarheid van het vlees. En dat geldt trouwens ook voor groenten.
10. Te veel tegelijk willen doen
Het is gezellig, dus waarom die haast? De halve tafel volleggen leidt tot stress, temperatuurverlies en ongare stukken. De oplossing is simpel, werk in rondes en houd een duidelijk plan. Eerst grote stukken, dan groente ne vervolgens de snelle hapjes. Zo heb je ook langer wat te eten en duurt het feestje alleen maar langer.
Ben jij straks BBQ-koning of -koningin?
Met deze handige tips moet jij straks tijdens de volgende zomer echt als BBQ-koning of -koningin voor de dag kunnen komen. En de loftuitingen mag je lekker voor jezelf houden, niemand hoeft te weten dat deze tips hebt gelezen!


