Van cabernet tot pinot noir: alles over druivensoorten uitgelegd

file

Inhoudsopgave

Er zijn wereldwijd meer dan tienduizend druivensoorten bekend, maar slechts een klein deel daarvan wordt gebruikt voor wijn. Toch zorgt die kleine groep voor een enorme variatie aan smaken, geuren en stijlen. Of je nu houdt van een zachte rode wijn of een frisse witte, de druif bepaalt voor een groot deel wat er in je glas belandt. Wie meer wil begrijpen over wijn, begint het best bij de bron: de druif zelf.

Rode druiven en hun smaakprofielen

Cabernet sauvignon is wereldwijd een van de bekendste rode druiven. De bes heeft een dikke schil, wat zorgt voor veel tannines in de wijn. Tannines geven een droge, samentrekkende sensatie in de mond. Wijnen van deze druif smaken vaak naar zwarte bes, cedar en soms naar groene paprika. Een heel andere rode bes is de merlot. Die levert zachtere wijnen op met aroma’s van pruim en chocolade. Merlot bevat minder tannines dan cabernet sauvignon en is daardoor toegankelijker voor mensen die net beginnen met wijn drinken. De pinot noir staat bekend als grillig en lastig te telen, maar levert in goede handen prachtige lichte rode wijnen op met smaken van kers, framboos en aarde. Sangiovese, de basis van de Italiaanse Chianti, heeft juist veel zuur en een kruidig karakter. Tempranillo uit Spanje en malbec uit Argentinië completeren het rijtje populaire rode variëteiten, elk met een eigen persoonlijkheid.

Witte druiven die de wereld veroverd hebben

Chardonnay is waarschijnlijk de meest geplante witte druif ter wereld. De druif zelf heeft weinig uitgesproken smaak, waardoor de wijnmaker en het klimaat een grote rol spelen. In een koud klimaat smaakt chardonnay fris en appelig, in een warm klimaat meer naar meloen of banaan. Wanneer de wijn in een eikenhouten vat rijpt, krijgt hij boteriger en romiger tonen. Sauvignon blanc is het tegenovergestelde: die druif heeft juist een heel uitgesproken smaak. Kruisbes, citrus en soms gras zijn typisch voor deze frisse witte wijn. Riesling is een andere witte druif die veel aandacht verdient. Die druif groeit het best in koele streken zoals Duitsland en de Elzas. Riesling kan droog, halfdroog of zoet zijn en heeft altijd een hoge zuurgraad. Pinot grigio, ook wel pinot gris genoemd, levert lichte, neutrale witte wijnen op die goed drinken bij een lichte maaltijd.

Minder bekende druiven met veel karakter

Naast de grote namen zijn er tientallen druivenrassen die minder bekendheid genieten, maar zeker de moeite waard zijn. Nebbiolo is een Noord-Italiaanse druif die de basis vormt van barolo en barbaresco. Deze wijnen zijn stevig, tanninrijk en hebben een lange houdbaarheid. Grenache, veel gebruikt in de zuidelijke Rhône en in Spanje, geeft wijnen met aroma’s van rood fruit, kruiden en soms zelfs lavendel. Syrah, ook bekend als shiraz in Australië, is een donkere, kruidige druif met smaken van zwart fruit, peper en soms vlees. Zinfandel is een typisch Amerikaanse druif, al heeft hij zijn wortels in Kroatië. De wijn is fruitig, vol en heeft een hoog alcoholgehalte. In Italië kent men dezelfde druif onder de naam primitivo. Mourvedre, corvina en carménère zijn nog andere voorbeelden van rassen die minder in de schijnwerpers staan, maar in hun thuisregio’s al eeuwen worden gewaardeerd.

Hoe klimaat en grond de smaak beïnvloeden

Een druif smaakt niet overal hetzelfde. De plek waar hij groeit, de temperatuur, de regen en de samenstelling van de bodem spelen een grote rol. Dit noemen wijnmakers terroir. Een cabernet sauvignon uit Bordeaux smaakt anders dan dezelfde druif uit Chili of Californië, ook al is het dezelfde variëteit. In koudere streken behoudt de druif meer zuur en heeft de wijn een lagere graad aan alcohol. In warmer klimaat rijpen de druiven sneller en worden zoeter, wat leidt tot fruitiger en zwaarder wijnen. De grond beïnvloedt ook hoe diep de wortels graan en welke mineralen de plant opneemt. Leisteengrond geeft andere smaken dan klei of kalksteen. Druiventelers kennen dit verschil goed en kiezen bewust welke variëteiten ze op welke grondsoort planten. Zo is de combinatie van druif, klimaat en bodem verantwoordelijk voor de enorme verscheidenheid aan wijnen die de wereld telt.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een druivenras en een cuvée?
Een druivenras, ook wel variëteit genoemd, is één specifiek soort druif, zoals merlot of chardonnay. Een cuvée is een wijn gemaakt van een mengsel van twee of meer druivenrassen. Bordeauxwijnen zijn bijvoorbeeld bijna altijd een cuvée van cabernet sauvignon, merlot en soms nog andere rassen.

Welke druif levert de zachtste rode wijn op?
Merlot staat bekend als een van de zachtste rode druiven. De wijn heeft weinig tannines en veel rijp fruitaroma, wat hem toegankelijk maakt voor mensen die niet van een stevige, droge rode wijn houden. Pinot noir is ook zacht, maar heeft meer zuur en een lichter karakter.

Kunnen druiven die voor wijn worden gebruikt ook gewoon gegeten worden?
Druiven die voor wijn worden gebruikt, zijn technisch gezien eetbaar, maar ze zijn kleiner, zoeter en hebben meer pitten dan de tafeldruiven die je in de supermarkt koopt. Wijnmakers kiezen hun rassen specifiek vanwege de suikers, zuren en smaakstoffen die nodig zijn voor goede wijn, niet voor het eten.

Waarom rijpen sommige wijnen beter dan andere?
Druivenrassen met veel tannines en hoge zuren, zoals nebbiolo of cabernet sauvignon, zijn beter geschikt om lang te bewaren. Die stoffen beschermen de wijn en zorgen ervoor dat de smaken zich verder ontwikkelen over de jaren. Lichtere rassen zoals pinot grigio of sauvignon blanc zijn juist bedoeld om jong en fris gedronken te worden.