Wijnmaken is een van de oudste ambachten ter wereld, maar het is ook iets wat je gewoon thuis kunt doen. Je hebt er geen wijngaard voor nodig, geen dure apparatuur en ook geen jarenlange ervaring. Met de juiste spullen, wat geduld en een beetje kennis kom je een heel eind. Steeds meer mensen ontdekken hoe leuk het is om hun eigen fles te vullen. In dit stuk lees je alles wat je nodig hebt om er zelf mee te beginnen.
De benodigde spullen voor het maken van wijn thuis
Voordat je begint, zorg je dat je het goede gereedschap in huis hebt. Je hebt schone emmers nodig, bij voorkeur van voedselgeschikt plastic of glas. Daarnaast gebruik je een glazen gistingsvat met een waterslot. Dat waterslot laat koolzuurgas ontsnappen zonder dat er lucht binnenkomt, wat heel belangrijk is voor een goede gisting. Verder heb je een fijnmazige doek of zeef nodig om het sap te filteren, en later flessen en kroonkurken of wijnkurken om de wijn te bewaren. Hygiëne speelt een grote rol bij dit proces. Alle materialen die je gebruikt, moeten grondig schoon en ontsmet zijn. Doe je dit niet goed, dan kan de wijn zuur worden of een vervelende smaak krijgen. Gebruik een oplossing van natriumbisulfiet, ook wel Campden tablet genoemd, om je spullen te reinigen.
De stappen van druif tot gefermenteerde drank
Het wijnmaken bestaat uit een aantal duidelijke stappen. Eerst kies je je fruit. Rode of blauwe druiven geven rode wijn, groene druiven geven witte wijn. Kies rijpe, gezonde druiven zonder schimmel of beschadigingen. Daarna stamp je de druiven fijn zodat het sap vrijkomt. Thuis doe je dit door de druiven in een zeef te leggen en ze met je handen of een stamper te verbrijzelen. Het vrijgekomen sap heet most. Aan de most voeg je gist toe, want gist zet de suikers in het sap om in alcohol en koolzuurgas. Dit proces heet alcoholische gisting en duurt gewoonlijk één tot twee weken. Tijdens de gisting borrelt het mengsel en zie je het waterslot in actie. Als het borrelen stopt, is de gisting klaar. Dan hevel je de wijn voorzichtig over naar een schoon vat, waarbij je het bezinksel achterlaat. Dit bezinksel heet droesem. Na het overhevelen laat je de wijn nog enkele weken of maanden rijpen voordat je hem bottelt.
Suiker, zuur en gist: de smaak zit in de balans
Wijn smaakt goed als de verhouding tussen suiker, zuur en alcohol klopt. Druiven bevatten van nature suikers, maar soms is dat niet genoeg. Wil je een sterkere wijn, dan kun je extra suiker toevoegen aan de most. Dit heet chapitalisatie. Let wel op dat je dit niet overdrijft, want te veel suiker geeft een zoete, platte smaak in plaats van een mooie volle wijn. Zuur is ook belangrijk. Het geeft de wijn frisheid en zorgt ervoor dat hij langer goed blijft. Bij een te lage zuurgraad kun je wijnzuur of citroenzuur toevoegen. Gist is de derde factor. Er bestaan veel verschillende gistsoorten, en elke soort geeft een ander karakter aan de wijn. Wijngist uit de winkel geeft een beter en betrouwbaarder resultaat dan wilde gist uit de lucht. Als thuiswijnmaker is het slim om te beginnen met een pakketje gedroogde wijngist.
Geduld is de geheime ingrediënt bij zelfgemaakte wijn
Na de gisting begint de minder actieve maar minstens zo belangrijke fase: het rijpen. Jonge wijn smaakt vaak ruw of scherp. Door de wijn weken of maanden te laten rusten, worden de smaken zachter en meer in evenwicht. Witte wijn is vaak al na een paar maanden drinkbaar. Rode wijn heeft soms meer tijd nodig, soms wel een half jaar of langer. Bewaar de flessen liggend op een koele, donkere plek, zoals een kelder of kast. Licht en warmte tasten de kwaliteit aan. Voordat je de wijn bottelt, kun je hem nog een keer filteren voor een helderder eindresultaat. Sommige thuiswijnmakers voegen op dit punt een kleine hoeveelheid zwaveldioxine toe als bewaarmiddel. Dit is niet verplicht, maar het helpt de wijn langer goed te houden. Het eerste glas van je eigen productie smaakt, hoe dan ook, altijd net een beetje beter dan al het andere.
Veelgestelde vragen over wijnmaken
Hoe lang duurt het voordat zelfgemaakte wijn klaar is om te drinken?
De totale tijd van zelfgemaakte wijn hangt af van het type wijn. Witte wijn is na twee tot drie maanden vaak al goed drinkbaar. Rode wijn heeft meer tijd nodig en is pas na vier tot zes maanden op zijn best. Sommige wijnen rijpen zelfs nog langer door in de fles.
Mag je thuis onbeperkt wijn maken voor eigen gebruik?
In Nederland is het toegestaan om thuis wijn te maken voor eigen gebruik. Je hoeft hier geen vergunning voor aan te vragen zolang je de wijn niet verkoopt. Verkoop van zelfgemaakte alcohol zonder vergunning is niet toegestaan.
Kun je ook wijn maken van ander fruit dan druiven?
Ja, wijn maken van ander fruit dan druiven is zeker mogelijk. Populaire keuzes zijn appels, peren, kersen en aardbeien. Het proces lijkt sterk op dat van druivenwijn, maar de smaak en het suikergehalte van het fruit kunnen anders zijn. Daardoor pas je de hoeveelheid toegevoegde suiker en gist soms aan.
Wat is een waterslot en waarom heb je het nodig?
Een waterslot is een klein hulpstuk dat je op het gistingsvat plaatst. Het laat het koolzuurgas dat tijdens de gisting vrijkomt ontsnappen, maar het houdt zuurstof buiten. Zonder waterslot komt er lucht in contact met de wijn, wat azijnvorming kan veroorzaken en de wijn ondrinkbaar maakt.


