Het grootste verschil tussen port en wijn is dat port een versterkte wijn is. Dat betekent dat er tijdens het productieproces extra alcohol wordt toegevoegd, waardoor port een hoger alcoholpercentage heeft dan gewone wijn. Port is bovendien altijd afkomstig uit Portugal, terwijl gewone wijn over de hele wereld wordt gemaakt.
Als je port en wijn naast elkaar zet, vallen er meteen een paar dingen op: de smaak is voller en zoeter, de kleur is vaak dieper en het glas is kleiner. Maar er zit meer achter dan alleen die eerste indruk. Hieronder lees je precies waar port en wijn van elkaar verschillen.
Hoe het verschil tussen port en wijn ontstaat tijdens de productie
Bij het maken van gewone wijn laat je druivensap vergisten. Gist zet de suikers in de druiven om naar alcohol, totdat alle suiker op is of de gist stopt. Dat levert een wijn op met meestal 11 tot 15% alcohol en weinig restsuiker (droge wijn).
Bij port wordt de vergisting bewust vroegtijdig onderbroken. Dat gebeurt door er druivenjenever (aguardente) aan toe te voegen, een neutrale brandewijn van rond de 77% alcohol. De gist kan dan niet meer werken en stopt. Het gevolg: er blijft veel onvergiste suiker over in de wijn. Dat maakt port zoet van smaak én sterker in alcohol.
Port heeft daardoor een alcoholpercentage van gemiddeld 19 tot 22%, terwijl gewone wijn gemiddeld rond de 12 tot 14% zit. Dat verschil merk je meteen als je een glas inschenkt.
Smaak en stijl: zoet versus droog
Gewone wijn varieert sterk in smaak: van droog tot half-zoet, van licht tot vol, van fruitig tot aards. De meeste tafelwijnen die je bij een maaltijd drinkt, zijn droog. Er zit nauwelijks restsuiker in.
Port is bijna altijd zoet, al zijn er droge stijlen zoals Dry White Port. De meest bekende soorten zijn Ruby Port (fruitig, dieprodend) en Tawny Port (nootachtig, amberkleurig van lang rijpen op vat). Vintage Port is een bijzondere categorie: een port van één uitstekend oogstjaar, die lang kan rijpen op fles.
Gewone wijn drink je vrijwel altijd bij een maaltijd of als aperitief. Port drink je traditioneel als digestief, dus na het eten, of bij kaas en noten. Tawny Port past ook goed bij desserts met karamel of noten.
Herkomst: port komt altijd uit de Douro-vallei
Port mag wettelijk alleen worden gemaakt in de Douro-vallei in het noorden van Portugal. De druiven groeien op de steile, stenigschistische hellingen langs de rivier de Douro. De wijn wordt daarna verscheept naar Vila Nova de Gaia, vlak bij Porto, waar de meeste wijnhuizen hun kelders hebben. De naam “port” is dan ook afgeleid van de havenstad Porto.
Gewone wijn kent geen zulke strikte geografische afbakening. Hij wordt gemaakt in landen over de hele wereld: van Frankrijk en Italië tot Chili, Zuid-Afrika en Australië.
Praktische verschillen in gebruik
- Portie: Port schenk je in een kleiner glas (50 tot 75 ml), gewone wijn in een groter glas (125 tot 175 ml).
- Houdbaarheid na openen: Port blijft na openen wekenlang tot maanden goed door het hoge alcoholgehalte. Gewone wijn is na openen het beste binnen 2 tot 3 dagen gedronken.
- Prijs: Gewone wijn begint al onder de vijf euro. Een fles port kost al snel wat meer door het productieproces, al is een instapmodel zeker betaalbaar.
- Serveertemperatuur: Ruby Port serveer je licht gekoeld (rond 16 tot 18 graden), Tawny Port op kamertemperatuur of licht gekoeld, White Port juist koud (rond 10 graden).
Wanneer kies je port, wanneer gewone wijn?
Wil je iets drinken bij een maaltijd, dan kies je bijna altijd voor gewone wijn. Port is te zwaar en te zoet om een doorsnee diner te begeleiden. Maar als afsluiting van een avond, bij een stuk belegen kaas of bij een dessert, is port een uitstekende keuze. White Port met tonic is ook een populaire zomerse drankje geworden, als alternatief voor gin-tonic.
Gewone wijn heeft een veel grotere variatie in stijl, druivenras en smaak. Port is smaller in zijn categorie, maar biedt binnen die categorie ook genoeg om te ontdekken. Wil je kennismaken met port, begin dan met een Ruby Port of een jonge Tawny. Die zijn toegankelijk van smaak en niet te duur.

